IEF 16576

Bedreigende en onnodige grievende woorden op Facebook over (ex)huisarts

Vzr. Rechtbank Rotterdam 8 februari 2017, IEF 16576; ECLI:NL:RBROT:2017:1031 (Ze heeft mij een nier gekost) Mediarecht. Op Facebook meldt voormalig patiënt herhaaldelijk dat zijn (ex)huisarts slecht werk heeft verricht en dat heeft hem een nier gekost. De klachten begonnen in mei 2016, inmiddels is het februari 2017. Gedaagde heeft inmiddels ruim voldoende tijd gehad om zijn standpunt te schragen met relevant bewijsmateriaal. Mocht de huisarts slechts werk hebben verricht, hetgeen niet vaststaat, zijn woorden als 'eigenwijze troll' en 'met zo'n stomme kop' onnodig grievend. De woorden 'ik ga haar de nek omdraaien' en 'de huisarts X gaat er voor bloeden' zijn bedreigingen. De vrijheid van meningsuiting staat hier tegenover recht op eer en goede naam (artikel 6:106 lid 1 sub b BW). Gedaagde kan niet worden veroordeeld tot het doen van mededeling dat het niet zijn bedoeling was, omdat dat wel precies wel de bedoeling was; in een rectificatie worden geen onwaarheden verkondigd. De voorzieningenrechter gelast gedaagde direct te stoppen met de lastercampagne en de berichten te verwijderen op Facebook of ieder ander sociaal medium.

4.7. Ook als [eiseres] wel slecht werk mocht hebben verricht (hetgeen dus nog niet vaststaat), mag [gedaagde] zich nog steeds niet onnodig grievend uitlaten over [eiseres] . Woorden als “eigenwijze troll” en “met zo’n stomme kop” zijn onnodig grievend en mogen dus sowieso niet worden gebezigd in openbare uitlatingen.

4.8. Wat helemaal niet mag is [eiseres] bedreigen. Woorden als “nou.. ik ga haar de nek omdraaien voor wat ze mij en wie weet hoeveel anderen heeft aangedaan” en “die huisarts [eiseres] gaat er voor bloeden” heeft [eiseres] als bedreigingen mogen opvatten.

4.10. Niet gebleken is dat de gewraakte uitlatingen van [gedaagde] worden verkondigd op andere social media dan Facebook. Het valt echter niet uit te sluiten dat [gedaagde] zijn heil bij andere social media dan Facebook gaat zoeken, zoals Twitter of andere social media, indien de veroordeling zich slechts tot Facebook zou beperken. Daarom zal de veroordeling niet daartoe worden beperkt.

4.11. De vordering van [eiseres] zal dan ook - grotendeels - worden toegewezen. Vordering IV zal niet worden toegewezen. [gedaagde] kan niet worden veroordeeld tot het doen van de mededeling dat het niet zijn bedoeling was om de naam van [eiseres] op Facebook te noemen en haar diverse verwijten te maken. Dat was nu precies wel de bedoeling van [gedaagde] . Van [gedaagde] mag niet gevergd worden dat hij in een rectificatie onwaarheden gaat verkondigen. Het is niet aan de voorzieningenrechter om zelf een passende tekst voor een rectificatie te verzinnen.